Cheatography
https://cheatography.com
Samenvatting van statistiek voor Examencommissie.
This is a draft cheat sheet. It is a work in progress and is not finished yet.
Kansrekenen
Permutatie: |
Het tellen van het aantal manieren om objecten te ordenen of selecteren met volgorde van belang en geen herhaling toegelaten. Formule: Pn = n! voorbeeld: Op hoeveel manieren kan je 3 elementen samenstellen? extra uitleg: Speciaal geval: Als het gegeven cirkelvormig is gebruik je een andere formule, namelijk: Pn= (n-1)! |
Variatie: |
Volgorde is van belang, herhaling is niet toegelaten. Het is een selectie, niet alle elementen moeten voorkomen. Formule: Vpn = n!/(n-p)! voorbeeld: Hoeveel manieren kan je 2 kiezen uit 3 (met volgorde van belang). extra uitleg: (PB en BP zijn verschillende variaties). Zie uitleg factorial bewerken. |
Combinatie: |
Volgorde is niet van belang, variaties met dezelfde elementen zijn dezelfde combinatie. Herhaling is niet toegelaten. Formule: Cpn = n!/(n-p)!.p voorbeeld: Hoeveel manieren kan je 3 verdelen op 7 plaatsen? extra uitleg: (PB en BP zijn hetzelfde combinatie). Zie uitleg factorial bewerken. |
Hierbij:
P = Aantal elementen dat je kiest.
N = Totaal aantal elementen.
|
Kanswaarde
kanswaarde: |
Kanswaarde van een gebeurtenis is een getal dat uitdrukt hoe groot de kans is dat een gebeurtenis zich voordoet. |
zekerheid/mogelijkheid van een kans: |
P(A) = zeker = 1 P(A) = ongemakkelijk = 0 P(A) =waarschijnlijk = 0.5-1 P(A) = Onwaarschijnlijk = 0 - 0.5 P(A) = mogelijk maar niet zeker = 0-1
|
Theoretische kans: |
Aantal mogelijke uitkomsten is in dit geval = alle uitkomsten die in 'theorie' mogelijk zijn. formule: P(A) = aantal gunstige uitkomsten/aantal mogelijke uitkomsten |
Empirische kans: |
(statistische kans) Je voert een expiriment uit waardoor dat je gegevens over A krijgt. voorbeelden Theoretische kans: kans op 6 rollen bij een dobbelsteen = 1/6 Empirische kans: Je gooit 100 keer een dobbelsteen en krijgt 20 keer een 6. P(A) = 20/100 = 1/5 |
Verbanden
casualiteit (casuaal verband): |
gebeurtenis A leidt tot gebeurtenis B. |
Correlatie: |
Er is een verband, de twee stijgen samen, maar de ene invloed de andere niet. Het is toeval. |
Bij correlatie:
Positieve rischtingscoëfficient: variabelen stijgen samen.
Negatieve richtingscoëfficient: de ene stijgt en de andere daalt.
|
|
|