Show Menu
Cheatography

Statistiek samenvatting EC Cheat Sheet (DRAFT) by

Samenvatting van statistiek voor Examencommissie.

This is a draft cheat sheet. It is a work in progress and is not finished yet.

Kansre­kenen

Permut­atie:
Het tellen van het aantal manieren om objecten te ordenen of selecteren met volgorde van belang en geen herhaling toegel­aten.
Formule: Pn = n!
voorbeeld: Op hoeveel manieren kan je 3 elementen samens­tellen?
extra uitleg: Speciaal geval: Als het gegeven cirkel­vormig is gebruik je een andere formule, namelijk: Pn= (n-1)!
Variatie:
Volgorde is van belang, herhaling is niet toegel­aten. Het is een selectie, niet alle elementen moeten voorkomen.
Formule: Vpn = n!/(n-p)!
voorbeeld: Hoeveel manieren kan je 2 kiezen uit 3 (met volgorde van belang).
extra uitleg: (PB en BP zijn versch­illende variat­ies). Zie uitleg factorial bewerken.
Combin­atie:
Volgorde is niet van belang, variaties met dezelfde elementen zijn dezelfde combin­atie. Herhaling is niet toegel­aten.
Formule: Cpn = n!/(n-­p)!.p
voorbeeld: Hoeveel manieren kan je 3 verdelen op 7 plaatsen?
extra uitleg: (PB en BP zijn hetzelfde combin­atie). Zie uitleg factorial bewerken.
Hierbij:
P = Aantal elementen dat je kiest.
N = Totaal aantal elementen.

Kanswaarde

kanswa­arde:
Kanswaarde van een gebeur­tenis is een getal dat uitdrukt hoe groot de kans is dat een gebeur­tenis zich voordoet.
zekerh­eid­/mo­gel­ijkheid van een kans:
P(A) = zeker = 1
P(A) = ongema­kkelijk = 0
P(A) =waars­chi­jnlijk = 0.5-1
P(A) = Onwaar­sch­ijnlijk = 0 - 0.5
P(A) = mogelijk maar niet zeker = 0-1
Theore­tische kans:
Aantal mogelijke uitkomsten is in dit geval = alle uitkomsten die in 'theorie' mogelijk zijn.
formule: P(A) = aantal gunstige uitkom­ste­n/a­antal mogelijke uitkomsten
Empirische kans:
(stati­stische kans) Je voert een expiriment uit waardoor dat je gegevens over A krijgt.
voorbe­elden Theore­tische kans: kans op 6 rollen bij een dobbel­steen = 1/6
Empirische kans: Je gooit 100 keer een dobbel­steen en krijgt 20 keer een 6. P(A) = 20/100 = 1/5

Verbanden

casual­iteit (casuaal verband):
gebeur­tenis A leidt tot gebeur­tenis B.
Correl­atie:
Er is een verband, de twee stijgen samen, maar de ene invloed de andere niet. Het is toeval.
Bij correl­atie:
Positieve rischt­ing­sco­ëff­icient: variabelen stijgen samen.
Negatieve richti­ngs­coë­ffi­cient: de ene stijgt en de andere daalt.